Programma's

Programma 5 Sociaal domein

Leeswijzer 'Wat heeft het gekost'
De cijfers in het bovenstaande overzicht van baten en lasten per productgroep bestaan uit structurele budgetten en eenmalige budgetten. Deze eenmalige budgetten zijn ook te vinden onder onderdeel f. Eenmalige budgetten. Wanneer er onderuitputting op deze budgetten ontstaat, is dat in bovenstaande tabel als voordeel opgenomen. Echter wordt dit, onder de mutaties reserves, verrekend waardoor het resultaat op baten en lasten het resultaat van structurele budgetten in dit programma bevat.

Programma 5 Sociaal Domein sluit af met een nadelig saldo van € 1.789.000. Dit saldo wordt hieronder toegelicht.

Toelichting 5.1 Samenleving (saldo voordeel € 134.000)

  • 5.1.1. Inwonersinitiatieven (Voordeel € 28.000)

Het budget Subsidies inwoners is in 2024 bijna volledig verbruikt.

  • 5.1.2. Basisvoorzieningen (Voordeel € 106.000)

Het voordeel op de basisvoorziening is grotendeels ontstaan doordat de beleidsonderwerpen Welzijn op recept en mantelzorg zijn bekostigd vanuit de SPUK BREED. Het overige saldo in deze productgroep is opgebouwd uit geringe voor- en nadelen.

Toelichting 5.2 Maatwerkvoorzieningen (saldo nadeel € 1.716.000)

  • 5.2.1. WMO Maatwerkvoorzieningen (Nadeel € 240.000)

Voorzieningen Wmo (rolstoel-, woon- en vervoersvoorzieningen)
Naast een lichte stijging van de aantal verstrekte en uitstaande voorzieningen vervoers- en woonvoorzieningen is er een afname van het aantal rolstoelen. Het sociaal wijkteam heeft oog voor voorliggende oplossingen. Bovendien is een deel van de rolstoelen overgegaan naar de Wet langdurige zorg.  De kosten voor hulpmiddelen zijn minder sterk gestegen door een meevaller in de indexering van de huurprijzen van hulpmiddelen.

Hulp bij het huishouden
Er is een toename in kosten voor hulp bij het huishouden. Deze toename is toe te schrijven aan het abonnementstarief, de dubbele vergrijzing (toename aantal ouderen en hogere gemiddelde leeftijd) en indexering van de tarieven voor het leveren van de zorg. Het aantal cliënten huishoudelijke hulp stijgt sneller dan de andere Wmo-voorzieningen. Het tarief is in 2024 extra verhoogd in verband met verhogingen van de CAO-lonen voor huishoudelijk hulpen. Ook kiezen inwoners minder vaak voor een pgb, zodat het aantal cliënten voor zorg in natura daarmee ook toeneemt.

Dagbesteding
De uitgaven zijn met 3% gestegen ten opzichte van 2023, terwijl de tarieven zijn geïndexeerd met 7,58%. Ook is het aantal cliënten met een indicatie voor dagbesteding licht gestegen. Dit betekent dat de gemiddelde kosten per cliënt zijn gedaald. Er is minder snel gekozen voor specialistische ondersteuning.

Begeleiding
Door de lichte toename van het aantal cliënten en geïndiceerde maatwerkvoorzieningen en de hogere tarieven zijn de gemiddelde kosten gestegen. Er is geen grote verschuiving te zien van basis naar specialistische ondersteuning.

Overige maatwerkarrangementen
De uitgaven zijn divers. Onder andere de Vangnetvoorziening in Balk en de opslag van materialen (woonvoorzieningen) vallen onder deze begrotingspost. De uitgaven zijn gestegen door de indexering van tarieven en prijzen.

Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang
Er is een groei van het aantal personen met een indicatie voor Beschermd Wonen, inclusief de ambulante ondersteuningsvormen JongThuis en ThuisBasis. Er is ook dit jaar een meevaller bij Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, maar deze is lager dan 2023.

PGB Hulp bij het huishouden
Het aantal pgb’s voor hulp bij het huishouden is licht afgenomen. Men kiest vaker voor zorg in natura. De uitgaven zijn licht gestegen door hogere tarieven. Het gemiddeld aantal uren per cliënt wijzigt afhankelijk van de zorgbehoefte van de cliënten.

PGB Begeleiding
Het aantal budgetten is dit jaar nagenoeg gelijk gebleven. De uitgaven zijn toegenomen ten opzichte van 2023. Dit is toe te schrijven aan het karakter van de open-einde-regeling (net als de andere maatwerkvoorzieningen).

  • 5.2.2. Jeugd Maatwerkvoorzieningen (Nadeel € 1.476.000)

2024 wordt afgesloten met een overschrijding van € 1.476.000. De toename in de uitgaven in 2024 zijn als volgt te verklaren:

  • het aantal kinderen en gezinnen die jeugdhulp ontvangen zijn in 2024 met 3% gestegen. Ondanks deze stijging ligt het aantal jongeren met jeugdhulp in De Fryske Marren lager dan het landelijke en Friese gemiddelde (DFM 9,6, Ned en Frl 11,5%) ;
  • de kosten van de jeugdhulp zijn met de nieuwe inkoop (per 1 januari 2024) gestegen. Dit is het gevolg van het stellen van hogere kwaliteitseisen aan de te leveren zorg en de verrekening van de kosten van loon- en prijsstijgingen binnen de sector in de te betalen tarieven.

Een algemene ontwikkeling is dat de complexiteit van de problemen van jongeren en gezinnen in de afgelopen jaren toenemen en daarmee de kosten van ondersteuning. Een trend die we vanaf 2022 waarnemen.

Toelichting 5.3 Inkomensregelingen en participatie (saldo nadeel € 355.000)

  • 5.3.1. Inkomensregelingen (Nadeel € 337.000) en 5.3.2. Inkomensvoorzieningen zelfstandigen (Nadeel € 239.000)

Gecombineerde toelichting van Inkomensregeling en inkomensvoorzieningen zelfstandigen.
Het aantal inwoners dat recht heeft op een uitkering stijgt in 2024 met 5%. Dekking vindt plaats op basis van het BUIG-budget. Dat is een gebundelde uitkering van het rijk voor de bekostiging van uitkeringen op grond van de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ en BBZ. Het Rijk houdt bij het vaststellen van het BUIG budget rekening met veel verschillende parameters. Een belangrijke parameter is het aantal bijstandsuitkeringen in historisch perspectief. Naast de bijstandsuitkeringen is ook deel van het budget beschikbaar voor de loonkostensubsidies. Ook dit wordt toegekend op basis van historisch perspectief en dit is gunstig voor onze gemeente, aangezien wij in verhouding meer inwoners met loonkostensubsidie aan het werk hebben.

We zien in de cijfers dat er op een aantal posten te laag is begroot. Dit zien we terug bij de loonkostensubsidie en bij de BBZ. We zien een grote onderschrijding bij uitkeringen en per saldo heft dat het tekort bij de loonkostensubsidie, BBZ en ander posten weer op. Alle posten zijn opgenomen in de BUIG gelden.

Per 1 januari 2024 kregen 655 inwoners een bijstandsuitkering of een IOAW-uitkering. Op 31 december 2024 kregen 680 inwoners een bijstandsuitkering of een IOAW-uitkering. Wij zien een lichte stijging van het aantal uitkeringen. De stijging betreft een toename van het aantal uitkeringen aan statushouders en jongeren met complexe problematiek.  Het aantal inwoners met loonkostensubsidies is van 111 naar 118 gestegen.

We komen niet in aanmerking voor de vangnetregeling binnen de BUIG-systematiek.

  • Gemeenten komen in aanmerking voor een vangnetuitkering als hun tekort op het BUIG-budget groter is dan 7,5% van het toegekende budget.
  • Daarnaast moet het gecumuleerde tekort over drie jaar eveneens hoger zijn dan 7,5%.
  • De vangnetuitkering wordt gefinancierd uit het macrobudget van de Participatiewet en is daarmee gebaseerd op intergemeentelijke solidariteit.
  • 5.3.3. Re-integratie (Voordeel € 292.000)

Vanuit centrumgemeente Leeuwarden is een ESF (Europees Sociaal Fonds)-subsidie ontvangen, genaamd ESF Samen aan de Slag 2023. Deze subsidie hebben wij ontvangen voor onze bestaande uitvoering van re-integratie. De subsidie ontvangen we altijd achteraf, nadat alle deelnemende gemeenten in Friesland hebben voldaan aan de voorwaarden.

  • 5.3.4. Inburgering (Nadeel € 11.000)

Het saldo in deze productgroep is opgebouwd uit een gering nadeel van afgerond € 11.000.

  • 5.3.5. Sociale werkvoorziening (+/-)

De begrote kosten in deze productgroep zijn volledig besteed.

  • 5.3.6. Bijzondere bijstand (Nadeel € 40.000)

Het saldo in deze productgroep is opgebouwd uit een gering nadeel van afgerond € 40.000.

  • 5.3.7. Schuldhulpverlening (Nadeel € 20.000)

Het saldo in deze productgroep is opgebouwd uit een gering nadeel van afgerond € 20.000.

Toelichting 5.4 Conflictzorg (Saldo voordeel € 69.000)
Het saldo in de productgroepen 5.4.1. Veilig thuis en 5.4.2. Jeugdbescherming en jeugdreclassering is opgebouwd uit geringe voordelen van € 44.000 en € 25.000.

Toelichting 5.5 Gezondheidszorg (Saldo voordeel € 64.000)
Het grootboek voor de reguliere gelden bevat: De menukaart van de GGD (met inzet GGD, De Kear, sociaal wijkteam) ligt hieronder. Dit bedrag was in 2024 ruim meer dan de begroot, maar hiervan hebben wij veel kunnen bekostigen vanuit de SPUK BREED. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een positief resultaat op de desbetreffende budgetten binnen 5.5.

Toelichting 5.6 Sociaal Domein Algemeen (Saldo voordeel € 21.000)
Het saldo in de productgroepen 5.6.1. Adviesraad en 5.6.2. Sociaal Domein Algemeen is opgebouwd uit geringe voordelen van € 12.000 en € 9.000.

Toelichting mutatie reserves
Op dit programma zijn voor € 1.696.000 eenmalige budgetten beschikbaar gesteld. De uitgaven hebben € 706.000 bedragen. Van het restant ad € 990.000 valt € 96.000 vrij in deze jaarrekening. Het restant ad € 894.000 wordt overgeheveld naar 2025. zie ook het onderdeel f. Eenmalige budgetten bij dit programma. De vrijval wordt verantwoord op het programma Algemene dekkingsmiddelen.

Deze pagina is gebouwd op 08/28/2025 14:33:32 met de export van 08/28/2025 14:22:43